Hybride lening (Art. 10 lid 1 sub d Wet VpB)

Bij het financieren van bedrijfsovernames worden vaak gunstige voorwaarden voor bijvoorbeeld achtergestelde leningen onderhandeld. Daar een achtergestelde lening de sluitpost in de bedrijfsovernamefinanciering kan vormen, is deze strategie voor beide partijen te begrijpen.

Een verkoper wil – indien het tot closing leidt – immers zelf maar al te graag een percentage of 20 van de bedrijfsovernamefinanciering financieren en de koper ontvangt maar al te graag goedkope financiering daar dit zijn kostenvoet verlaagt en de mogelijkheden voor overige financieringsvormen vergroot.

Belangrijk is het echter de zakelijkheid van de lening niet uit het oog te verliezen. Niet zozeer voor de commerciële afhandeling, maar wel voor de fiscale. De fiscus kijkt mee, en kwalificeert een niet-zakelijke lening maar al te graag als een hybride lening ex artikel 10 lid 1 sub d Wet Vpb.

Artikel 10 lid 1 sub d Wet Vpb.

Lid 1 – Bij het bepalen van de winst komen niet in aftrek:
Sub d – vergoedingen op een geldlening alsmede waardemutaties van de lening, indien de lening onder zodanige voorwaarden is aangegaan dat deze feitelijk functioneert als eigen vermogen van de belastingplichtige;

Dit impliceert dat wanneer de fiscus een lening fiscaal als een hybride lening kwalificeert, het de lening behandelt alsof het eigen vermogen betreft, met als gevolg dat rentebetalingen en een eventuele afwaardering van de lening niet aftrekbaar is. In de prijsstelling van de achtergestelde lening dienen beide partijen rekening te houden met dit gegeven.